In de geest van rock ’n roll

23 augustus 2021

Jeffrey Meulman, nieuwe directeur Verkadefabriek

Of hij achter een podium is verwekt, blijft onopgehelderd. Maar hij is er absoluut voor geboren. Na zijn leiderschap bij vernieuwende en toonaangevende theaterfestivals gaat Jeffrey Meulman [52] de Verkadefabriek in Den Bosch opschudden.

Door: Eric Alink | Foto: Jean Philipse 

Lange man met pet en taoïstische lach. Dat is ’m. De lenigheid waarmee hij op het Zuiderpark achter een houten klaptafeltje schuift, doet vermoeden dat zijn lichaam volledig op festivalmeubilair is ingesteld. Klopt. Het is een van de vrolijke erfenissen – er zijn er meer – van dertig jaar tijdelijke kunstkampementen leiden. Maar eerst de oorsprong. Zijn wieg stond in Friesland, waar hij een halve eeuw later zou bijdragen aan de internationale programmering van Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa 2018. Toch is hij bovenal Groninger. Hij groeide op in Zuidhorn, in een arbeidersgezin. Kunstbezoek reikte niet verder dan de lokale rederijkerskamer en vormingstheater over jeugdwerkeloosheid. Later volgde hij de opleiding voor leraar Nederlands, belandde in het studentencabaret en schopte het tot de Comedytrain van Raoul Heertje. Zijn verdere loopbaan? Het telegram bestaat niet meer, de stijl wel: Kruithuis, Stadsschouwburg en Noorderzon Festival Groningen; Winterschrift; Festival en Huis a/d Werf Utrecht; Nederlands Theater Festival; Amsterdam Fringe en nog een half A4’tje met intimiderend mooie functies. Van nagenoeg alle genoemde organisaties was hij grondlegger of directeur. 
 

Nieuwe generatie

Nog altijd versnelt zijn polsslag bij festivalbezoek of bij herinneringen aan Noorderzon, De Parade en Boulevard van de jaren negentig: “Het was rock ’n roll”, zegt-ie. “Minder wet- en regelgeving. Minder negen-tot-vijf-houding. Maar ook een apenrots, een mannenwereldje inclusief territoriale conflicten. Godzijdank zijn nu veel vrouwen festivaldirecteur. Sowieso is een nieuwe generatie opgestaan die ook andere zaken agendeert.” Hij vertelt hoe vrij recent zo’n veertig directeuren van podiumkunstfestivals meerdaags beraad bij De Baak hadden. Enkele thema’s: duurzaamheid, lobby, inclusie, censuur – kwesties die in de jaren tachtig glazige blikken zouden hebben opgeleverd. Hij omarmt de thema’s, zeker. Maar niet zonder voetnoot: “De cultuursector raakt stug, stroef en inflexibel onder alle wetten, regels, protocollen en vergunningen. Het wordt een papierfabriek, waarin je van alles moet verantwoorden. Het innerlijke kompas functioneert blijkbaar zo slecht dat je in deze sector zaken als cultural governance, vertrouwenspersonen, integriteits- en diversiteitscommissies nodig hebt. Die verjuridisering vind ik treurig. Je lost het niet met regels op. Het benodigde kompas zit vanbinnen.” Wel een vooruitgang: 

“Festivals hebben een serieuze plek in het kunstbestel gekregen. Er zijn de laatste jaren miljoenen bijgekomen. Maar het is zwaar bevochten. Neem Oerol: de politiek heeft Joop Mulder [grondlegger Oerol, januari 2021 overleden] na zijn dood heiligverklaard, maar het is altijd knokken voor geld en erkenning geweest.”

 

Fietstocht

Tijd voor overpeinzingen boven de muntthee op het festivalterras. De redacteur stelt dat Den Bosch sociaalhistorisch bezien een brave middenklassestad is, net als Breda. Anders van ziel dan Eindhoven en Tilburg, fabriekssteden met rauwere sociale tegenstellingen. Ook zou het Bossche verlangen naar harmonie – “het moet wel gezellig blijven” – conservatisme in de hand werken. Nooit bevorderlijk voor eigentijdse kunst en cultuur. Maar Jeffrey maakt een kanttekening: “Want is die gezelligheid wel voor iedereen? Met Vincent van den Elshout [Bossche theatermaker van Paleis voor Volksvlijt] maakte ik een rondgang door Den Bosch. Ik zag de Graafsewijk, Hambaken, Boschveld. Grootstedelijke problemen, bewoners met een smalle beurs. Den Bosch mag zichzelf harmonieus vinden, maar het is net zo goed een stad van sociale tegenstellingen. Dat roept ook de vraag op wat de maatschappelijke functie van mijn nieuwe werkplek is. De ondertitel van de Verkadefabriek is ‘Vergroot je wereld.’ Maar aan wie beloof je dat? Aan de mensen met wie het toch al goed gaat? En is het niet belerend? Ik wil dat de Verkadefabriek een plek is voor kansengelijkheid. Een huis waar je als kind of volwassene, van welke afkomst ook, kansen krijgt. Ik zeg niet dat kunst zaligmakend is, maar het gaat om de keuzevrijheid. Als je niet weet dat ons aanbod bestaat, kun je het ook nooit in vrijheid afwijzen.”

 

Vuur

Hij wil het vuur aanblazen in de Verkadefabriek. Niet dat het gedoofd is, maar het kan en mag vaker laaien. Meer jonger publiek, meer onvoorspelbaarheid. In muziektermen: tikje meer rock ’n roll. Ook hoog op het To Do-lijstje: de stedelijke dialoog bevorderen en het discours aanwakkeren, al erkent hij dat Den Bosch amper een traditie in scherpe debatten en polemieken kent. Met glimlach: “Mensen in het zuiden vinden een gesprek al snel heftig. Maar het kan ook stevig zijn zonder dat het onaangenaam wordt, merk ik in Amsterdam.”

Andere verschillen tussen noord en zuid? “De eet- en drinkcultuur is hier belangrijk, al doen Groningers in consumptie niet voor Bosschenaren onder. Maar het aspect van samenzijn aan een tafel is hier sterker. Boulevard is romantischer, in Groningen is het meer rock & roll en wat harder.”

 

Golf

De Verkadefabriek is al jaren partner en bondgenoot van Boulevard. Onder de vlag van het festival toont de VF regelmatig voorstellingen die doordringen tot het Nationaal Theaterfestival in Amsterdam, waar Jeffrey vijftien jaar directeur van was. Als het aan hem ligt, gaat Den Bosch sowieso afscheid nemen van haar laatste oprispingen van minderwaardigheidsbesef tegenover de Randstad. “Den Bosch heeft erg veel in huis: sterke festivals en musea, maar ook kunstopleidingen – AKV St. Joost [Kunstacademie] en MBO Artiest. Ik wil bijvoorbeeld dat de Verkadefabriek een productiefunctie krijgt, waarbij we makers letterlijk en figuurlijk ruimte geven. Maar ook de internationale verbindingen van de stad kunnen sterker.” De oud-cabaretier, zonder tongue in cheek: “Over een paar jaar spreken we van de Bossche golf.” Of die kunst anders van aard zal zijn dan kunst uit 013, 040 of 020, is afwachten. Da’s niet erg, geduld is een schone kunst op zich. Wel heeft dertig jaar cultureel avontuur hem een diepe overtuiging opgeleverd: “Kunst die anti is, werkt niet. Kunst die een voorstel doet wel. Dat voorstel kan hoop, inspiratie of een perspectief zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dat ook in Den Bosch werkt.”

Theaterfestival Boulevard bedankt: