Op expeditie in het Zuiderpark

13 augustus 2021

Vanaf 1985 sloeg Boulevard aan de voet van de Sint-Jan haar kampement op. Nu de Parade in een treurige steenoven is veranderd – alle bomen gekapt, een half gesloopt Theater aan de Parade – zijn we tijdelijk verhuisd naar het Zuiderpark. Ruim, groen en verkoelend. Tijd voor verkenning!

Tien hectaren gras, struiken, bomen, bloemen en water. Dat is pakweg negen voetbalvelden natuur. Wat vliegt, kruipt en groeit er? Verkenningstocht met ecoloog Johan Mees.

Door: Eric Alink | Foto: Karin Jonkers 

Tien jaar lang was hij de stadsecoloog van Den Bosch. Hij werkte aan duurzaamheid, grotere biodiversiteit en versterking van flora en fauna. Met succes, want de vergroening en verblauwing – water wint aan betekenis in de stad – is zichtbaar. Enkele plekken waar hij trots op kan zijn: het Bossche Broek, de Gement, het Engelermeer, Den Bosch-Noord en het Kanaalpark langs het nieuwe Máxima-kanaal. Sinds lente 2021 is hij ecoloog bij de Provincie Noord-Brabant. Vanaf zijn werkplek aan de Brabantlaan kan hij het Zuiderpark zien liggen. Nog leuker: er rondbanjeren, want ook al is het een stadspark – “strak, nogal netjes” – toch zijn ransuil, kikker en dagpauwoog interessanter dan tapijtmijt en papiervisjes. 

 

Vertrekpunt van de expeditie met Johan zijn de Italiaanse populieren, die als lange kaarsen in een kring staan. Een gewijde plek: in deze cirkel vinden de buitenvoorstellingen van het festival plaats. Johan wijst op de aangrenzende parkweide. 

“Ooit was dit alles deel van het Bossche Broek. Totdat de Pettelaarseweg het gebied doorsneed en in de jaren vijftig de woningbouw op Zuid begon.” 

 

Vleermuizen

De populieren en andere bomen aan de stadskant van het park vormen een openluchtrestaurant voor vleermuizen – met name dwerg- en rosse vleermuizen. Ze wonen in en om de Sint-Jan, maar fourageren in het park. “Om ze niet te laten verdwalen, zijn tijdelijk ‘leidbomen’ in bakken op de Parade gezet. Zo kunnen ze via de Casinotuin het park vinden.” Vleermuizen zijn blind; Johan heeft haviksogen. Vanuit de hoeken merkt hij elk beweginkje op. “Kijk! Een atalanta! [admiraalvlinder – red.] Vleugeltjes van papier, maar hij trekt wel elk jaar over de Pyreneeën en Gibraltar naar Noord-Afrika.” Meer fladdervreugde in het Zuiderpark: roodborstjes, winterkoninkjes, kauwen, spechten, tjiftjafs.

Exoten

Op bomenverkenning. In de noordwesthoek van de weide [Pettelaarseweg/centrumkant] staan twee enorme moeraseiken. Mooie boom hoor, erkent Johan. “Maar het is wel een cultivar.” Hûh? Een cultivated variety, legt Johan uit. “Een gekweekte exoot, in dit geval uit Noord-Amerika. Landschappelijk fraai, maar ecologisch heeft het niet de voorkeur. Het is geen inheemse soort.” Hij grinnikt. “Dat klinkt nogal xenofoob, maar insecten weten niet zo goed raad met exoten.” Ook kunnen invasieve gasten – van de Amerikaanse rivierkreeft tot de Kaukakische reuzenberenklauw – de inheemse flora en fauna schaden. 
Bovendien lopen uitheemse soorten groter risico op ziekte. Bij inspectie blijkt ook een van de moeraseiken een fatale kwaal te hebben. Beterschapskaartjes gaan niet helpen. Johan wijst op een harde cognackleurige verdikking aan de voet van de moeraseik: “De harslakzwam”, diagnosticeert hij. “Een schimmel, die de boom aantast. Weinig tegen te doen. Op z’n hoogst kan een boomdeskundige met hamertikjes vaststellen hoe rot of hol de boom is.” De tragiek van ernstig zieke bomen in de stad: omwille van risicobeheersing kiest een gemeente vrijwel altijd voor terugsnoeien of rooien. In het bos zorgt een dode boom juist voor nieuw of extra leven – insecten, paddenstoelen, mossen, vogels.

 

Koelte

Van alle bomen in Brabants is maar vijf procent inheems. Spijtig, want ze zijn beter tegen ziektes opgewassen. “De klimaatverandering stelt natuurbeheerders voor een dilemma: lift je erop mee en ga je – bij wijze van spreken – palm- en cactussoorten de ruimte geven? Of ga je inheemse soorten als linde en fladderiep versterken? Ik kies voor het laatste.”  Ongeacht hun herkomst: bomen leveren zuurstof, slaan tijdens hun groei CO2 op en bieden verkoeling. Vooral dat laatste is een zegen. “We hebben hittescans van Den Bosch gemaakt, waarbij de Groene Delta blauw [koeler] kleurde en de binnenstad, bedrijventerreinen en het Paleiskwartier vuurrood.” Het temperatuurverschil tussen de stenige Parade-zonder-bomen en het Zuiderpark op een hete dag? “Vijf graden.” 

 

Pesto

Een verborgen paradijsje is het laantje dat verstopt ligt aan de westkant van het Zuiderpark [Pettelaarsewegzijde]. Het loopt parallel aan de weide. Het oog van Johan ziet notenbomen, kornoelje, esdoorn, braam, Amerikaanse eik en taxus. Ho, stop: “Kijk, dit is zevenblad.” Van het woekerende plantje, ook tuinmansverdriet genoemd, kun je uitstekend pesto maken, weet Johan. “Waarschijnlijk om die reden hebben de Romeinen dat plantje mee naar Noord-Europa genomen. Die maakte je echt niet blij met onze rogge of boekweit. Recept voor parkpesto: zevenblad [wel even wassen], olijfolie, walnoten, parmezaan of pecorino, zout, peper en citroen erbij. Staafmixer, klaar. Mochten de koks van Boulevard misgrijpen in de voorraadkast: in het laantje groeit nog meer eetbaars. Johan wijst: “Van Japanse duizendknoop kun je rabarber maken.” Verderop bij een struik: “Een hazelaar, waar hazelnoten in groeien. En hier, vlier. Je kunt er sap, jam of stroop van maken. Als je de bloesem in beslag dompelt, kun je het ook frituren.” 

 

Drone

Terug naar de grazige wei. Vliegt daar een drone? Nee, de kolossale keizerlibel, uit de zogeheten glazenmakersfamilie – hun flintervleugels verklaren de naam. Ze zijn dol op poelen, plassen, vijvers. In delen van het Zuiderpark ontstaan die vanzelf na langdurige regenval. “In de grond zit kalkrijk kwelwater, dat snel omhoog komt. Als ik dit park mocht aanpakken, zou ik meer van zulke drassige plekjes maken. Dan krijg je al snel holpijp, rietorchis, kartelblad en watergentiaan.” In de zuidoosthoek van het park ligt een waterpartij, waarin een groot nest drijft. De eieren zijn allang uitgekomen. Willen we meer of minder koeten? Meerkoeten, lijkt de natuur te zeggen. Aan de oever groeien egelskop, bosbies en kattenstaart. Paradijselijk is het laantje dat van de Zuiderparkweg naar de populierencirkel voert. Twee rijen hemelbomen flankeren het asfaltpad. 

Ganzen

Het laantjes is ook erg geliefd bij grote Canadese ganzen. In de stad zijn ze beschermd, al is niet iedereen even blij met de obese veelvraten – het zijn de nijlpaarden van de lucht. Een stuk of dertig waggelen over het pad, maar wijken alsnog. “Ze zijn in de rui, dan houden ze zich wel gedeisd”, zegt Johan grinnikend. Terug bij de populieren, de cirkel is rond. Of de Boulevard de komende jaren naar de Parade zal terugkeren? Dat is de hamvraag – een woord dat in 1953 is ontstaan, ver voor de veestapelproblematiek. Nu is de Parade nog oogkwellend kaal, nadat alle zieke paardenkastanjes dit voorjaar zijn gerooid. Wel begint herbeplanting in de herfst. Met lindes, die nog tot wasdom moeten komen. Goede boomkeuze, vindt Johan. 

“Lindes passen uitstekend bij oude steden en trekken bijen aan. Maar eerst het zoet van het Zuiderpark beproeven."

Theaterfestival Boulevard bedankt: