HARTVEROVEREND SCHROOT
Drie wetenschappers in stofjas te midden van tafels en
een vloer gevuld met geluidproducerende, uit wegwerpmateriaal en
huishoudapparaten gefabriceerde constructies: nog voor er werkelijk
iets gebeurt, boeit het openingsbeeld van YVOD/ROBOT al
wie de ruimte binnenwandelt. Wanneer na enkele minuten een houten
plank snerpend begint te schreeuwen, is het hek helemaal van de
dam. Een goed uur lang laat het publiek zich verbazen en vertederen
door gebricoleerde machines en een universum van
geluid.
Dat universum is eigen aan de voorstellingen/performances van
Tuning People. Sinds 2003 maakt het collectief rond de artistieke
kern van vormgever/geluidsontwikkelaar Wannes Deneer,
theatermaker/acteur Jef Van Gestel en danseres/choreografe Karolien
Verlinden geluids- (en geen muziek)theater. Niet enkel het
kunstzinnig combineren van klanken telt, ook hoe de tonen tot stand
komen is cruciaal. Elk project vertrekt vanuit een auditieve
prikkel. In Tuning People #1 (2004) bewoog een danseres op
geluid dat ze zelf voortbracht, Madame Fataal (2006)
onderzocht hoe klanken performers kunnen verbinden en Worm
(2008) vormde een geluidsfabriek waarrond de toeschouwers zich op
bureaustoelen konden verspreiden. En nu is er dus
YVOD/ROBOT, 'een elektronische musical met robots voor
iedereen vanaf tien jaar'. Dat het niet om een traditionele musical
gaat, spreekt voor zich. Hoewel de drie kernleden voor het eerst
samen op de scène staan, zijn niet zij maar de zogenaamde robots
zowel steracteurs als backing vocals.
Het achtergrondkoor bestaat uit een reeks apparaten van diverse
pluimage die subtiel zoemen, ronken of ratelen. Stuk voor stuk zijn
ze creatief ineengeknutseld, bijvoorbeeld in een ingenieuze
combinatie van een haardroger, een ventilatorsysteem en een
mondharmonica. Maar de ware publiekstrekkers zijn de
gepsychologiseerde robots, elk gekarakteriseerd door een bepaald
geluid en gevoel. Een van angst trillend draadfiguurmechaniekje
vindt troost bij een meervoudig statief met bengelend hoofd. Een
wenend robotje laat een tranenplas achter op een tafel. Op
meeslepende muziek (van Jochem Baelus en Wannes Deneer) creëren
twee verliefde creaturen een romantisch intermezzo. Het publiek
glimlacht vertederd.
Want hoe duidelijk de robots ook zijn opgebouwd uit schroot,
radertjes en een vleugje hightech (verzorgd door Olmo Claessens en
Jim Bollansée), we kijken ernaar alsof het spelende kinderen zijn.
Tuning People wil de grenzen verkennen van onze aangeboren neiging
tot antropomorfisme - het toekennen van menselijke eigenschappen
aan niet-menselijke wezens en objecten. De opgetrokken neuzen bij
een brakende machine of de medelijdende blikken bij de huilrobot
tonen het gemak waarmee we aan deze neiging toegeven. Zelfs bij
figuurtjes die ons uiterlijk volledig vreemd zijn. Het heeft iets
paradoxaals. Het eenvoudige, primitieve karakter van de apparaten
maakt hen sympathiek. Het contrasteert met onze eigen
ingewikkeldheid. Het is haast alsof we in de complex opgebouwde
robots onze verloren eenvoud terugvinden.
Ook de wetenschappers laten zich verleiden door hun snoezige
creaties. In eerste instantie komen ze nochtans neutraal en
observerend over. Ze noteren, filmen en belichten elke mechanische
beweging. Ze lijken toeschouwers van een interessant fenomeen. Maar
al snel wordt duidelijk dat zij wel degelijk de touwtjes in handen
hebben - letterlijk soms. Dat zie je aan de afstandsbedieningen,
maar beter nog wanneer de ene een banaan in de mond van een robot
steekt en de tweede hem er aan de andere kant weer uithaalt.
Gaandeweg gaan ze met steeds meer plezier geloven in hun
gerobotiseerde schepsels. Ze voetballen en dansen ermee. Bijna
verbaasd antwoordt Verlinden op de robot die vraagt wat zij doet:
"U bedienen." De wetenschappers zijn tegelijk bestuurder en
dienaar van de robots. Het dubbele heft de machtsverhoudingen op:
in hun fascinerende werkplaats zijn mens en object evenveel
waard.
Daarom is het jammer dat de voorstelling eindigt als een afgeronde
werkdag. De stofjassen verhuizen naar de kapstok, de lichten worden
gedoofd. Het ietwat schoolse narratief beklemtoont de rol van de
wetenschappers. Het maakt duidelijk dat zonder begeleiding geen
artificieel leven mogelijk is. Dat de gelijkheid een verzinsel
blijft. Zonde. Want de fantasievolle sfeer van de hele
voorstelling, de herkenbare gevoelens van de robots en de originele
geluiden deden net smaken naar meer.