HET VOLK, KANKER IN ONS MIDDEN
Mijn buurman is de eerste die gaat, met bruuske, boze
bewegingen. Later volgen in de rij achter hem nog
twee vrouwen zijn voorbeeld. Barry, acteur Niek van der Horst,
ziet het gebeuren, maar eigenlijk mag hij blij zijn dat er mensen
opstappen.
Hij heeft erom gevraagd, hij wilde immers een stellingname van ons,
hij daagde mensen uit om op te stappen en hij wil ze raken.
Van der Horst borduurt met Het Syndicaat in 'Barry' voort op
'Hoofse liefde/ harde porno' van een paar jaar geleden. Daarin
was hij een aan de kunst twijfelende kunstschilder.
Barry is een clown die het lachen is vergaan. Hij is het zat om
steeds grappen te moeten maken, te worden aangezien voor Bassie,
'die pedofiel die het clownsvak heeft verkracht'. Barry ziet het
somber in, hij vreest de massa, een kankergezwel dat
zaagt aan de poten van de leerstoelen, zich klaar maakt ivoren
torens te bestormen. Hij houdt zijn theaterpubliek een spiegel
voor, want 'ja meneer, ja mevrouw, reken er op, ze komen ook u
halen'. Volgens Barry geeft het geen pas rustig te blijven
glimlachen.
' Barry' is een grimmig stuk. Op de invalidenparkeerplaats bij
aanvang van het stuk op de Citadel doet Barry nog wel een poging
grappig te zijn, maar als hij eenmaal zijn clownsneus en -ogen
heeft afgeschminkt, gaat het van dik hout.
Barry lijkt op de dominee van de zwartekousenkerk die hel en
verdoemenis preekt van de kansel.
Maar net zoals het kerkpubliek gelouterd opstaat van
de houten banken, zit ook in 'Barry' een boodschap die niet
misverstaan kan worden.
Hij creëert een 'wij en zij gevoel' en de jongeren die eerst nog
dansen en musiceren, staan later met de armen over elkaar grimmig
te staren naar het publiek.
Net als de monoloog 'Hoofse liefde' weet Van der Horst ook nu niet
helemaal te overtuigen. 'Barry' mist subtiliteit, licht en ook de
bevrijdende lach. Maar het is wel een uiterst actueel stuk waaruit
een oprechte zorg spreekt. Want ook 'Barry' kon alleen tot stand
komen dankzij overheidssubsidie.
Het Syndicaat/ISH LAB -
Barry