EEN CHOREOGRAFIE ALS EEN TOREN
BRUSSEL
De choreografen Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet
creëerden 'Babel', een dansvoorstelling over wat taal zoal vermag.
En dat is veel, zo blijkt. Misschien zelfs te veel.
'Elkaars handen vasthouden, herinnert ons aan de tijd waarin je
samen niets kon zeggen', vertelt een van de dansers ons. In Babel
houdt men elkaars handen vast, maar gebruikt men die evengoed om
met krachtige halen het territorium af te bakenen, om te strelen,
te grijpen en te kwetsen.
Zo vergaat het ook de taal, wil Babel ons vertellen: we gebruiken
vaak dezelfde woorden om tegengestelde boodschappen duidelijk te
maken. De choreografen Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet flirten
een kleine twee uur lang met die tegenstellingen, die soms
uitgroeien tot een conflict maar elkaar ook net in evenwicht kunnen
houden.
Op het podium lijken alle talen verenigd: muziek, gesproken en
geschreven woord, bewegings- en lichaamstaal en in het decor ook de
suggestieve taal van de beeldende kunst. De kunstenaar Antony
Gormley creëerde namelijk een set aan stalen volumes - skeletten
van een afgebakend stukje ruimte - die tijdens de voorstelling als
puzzelstukken in elkaar worden geschoven en vorm krijgen als
gevangenis of als boksring, of de dansers helpen de zwaartekracht
te tarten. Ook in de ordening van de ruimte zitten tegenstellingen
vervat.
Hoe abstract de taal ook kan zijn, je kunt er een zeer concrete
wereld mee bouwen. Dat is precies wat er in Babel gebeurt:
Cherkaoui en Jalet presenteren de wereld als een lapjesdeken door
de veelheid aan situaties die ze op scène zetten. Nu eens slaat de
Kodo-muzikant Shogo Yoshii dreigend op zijn trom en balt de energie
van de dansers zich tot een taalgevecht, dan weer worden harde
woorden gesust met zachte klanken, tot het praten zingen wordt en
we aan emotie genoeg
hebben, eerder dan aan betekenis.
Er is woede door de grenzen die we onszelf stellen, er is warmte
ondanks de huid die ons van elkaar scheidt, er is individualiteit
binnen het uniformerende systeem waarin we steeds sneller
meedraaien, er is de onzekerheid die ons rest over de toekomst van
onze talen, er is de kakofonie van het teveel. Babel kun je
onmogelijk in een beschouwing van honderd lijnen vatten.
De voorstelling is onwaarschijnlijk rijk aan ideeën,
tegenstellingen, nuances en sluimerende idealen. Het maakt Babel
enerzijds rijk en vol, anderzijds dreigt de voorstelling door die
bom aan indrukken ook net te versplinteren. Babel probeert namelijk
zo allesomvattend te zijn dat de betekenissen elkaar bijtijds
verdringen.
Elke flard choreografie lijkt ons op iets in de wereld te wijzen en
de verwijzingen stapelen zich op tot een Babylonische toren waarvan
we ons afvragen wanneer die zal instorten. Maar dat gebeurt
gelukkig niet, daarvoor is Babel te intelligent geconstrueerd. De
overvloed van Babel is het uitgangspunt, met achttien artiesten uit
dertien landen, die zich uitdrukken in vijftien verschillende talen
en zeven religies vertegenwoordigen. Diversiteit hoeft niet
noodzakelijk tot het
failliet van een ideaal te leiden, lijkt Babel in duizend-en-een
talen te tonen. En daar is deze voorstelling het bewijs van.
'Babel', een productie van Eastman en De Munt, nog op 29 & 30
april in het Koninklijk Circus, Brussel. Vanaf september op
tournee.